Vegetariër worden: het klinkt eenvoudig, maar het valt nog lang niet mee.

Ja, vegetariër en niet vegetarisch, werd mij al snel op fanatieke toon door mijn ‘mede’-vegetariërs duidelijk gemaakt. Dat mag je blijkbaar niet meer zeggen, omdat je als mens ‘van vlees’ bent, dus je nooit vegetarisch bent.

Nou, moeilijk allemaal, net als vegetariër zijn. Moeilijk om datzelfde fanatisme waardoor je het gevoel krijgt dat je je bij een groep extremistische, principiële, de wereld altijd willen opvoedende vleeshaters aansluit… Zelf probeer ik het al bijna een jaar, na een week in Tsjechië met alleen maar heftig vlees, zoals varkensnekvet, was ik er wel klaar mee. Ik doe m’n best, maar ik heb nog niet zoveel succes in mijn loopbaan als vegetariër tot nu toe.

Het is puur luiheid. Het is gewoon een gedoe om vegetarisch (ja, nu mag vegetarisch wel) te eten. Daarom eet ik over het algemeen geen vlees, maar soms even wel, als ik bijvoorbeeld geen zin heb om 21 euro te betalen voor een of andere tofu-falafelburger met zeewier. Of als ik gewoon zin heb in een biefstuk.

Ik merk dat ik bij sommige mensen zelfs vegetarische woede oproep door mijn (nogal bijzondere) vegalifestyle. Laatst stond ik op een festival een passievol, vurig gesprek te voeren met een fanatiek vegetariër. In ons gesprek bespraken we kwesties als dat de hele wereld minder vlees zou moeten eten en hoe oh zo slecht vlees eten voor het milieu is (hier ben ik het overigens totaal mee eens). Toen ze mij vervolgens een sappig broodje hamburger groter dan mijn gehele hoofd naar binnen zag schuiven, stond ze schuimbekkend met scheefgetrokken ogen en een knalrood gezicht te kijken, waardoor ik wist dat daar intern, bij dat arme meisje, iets compleet misging.

Ondertussen omschrijf ik mezelf maar als een ‘zo-min-mogelijk-vleeseter’, om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen.