Hij is een echte familieman, was raadslid van het CDA, is programmamanager van FORUM en de secretaris van stichting Asha. Ik interview Radj Ramcharan over zijn persoonlijke ervaringen en stichting Asha.

U bent secretaris van stichting Asha, wat is dit voor een stichting?
”Stichting Asha is een zelforganisatie van Hindoestaanse Surinamers in Utrecht.”

Hoe is het idee ontstaan om deze stichting op te starten?
‘’Deze stichting bestond al toen ik naar Nederland kwam. Met name Surinaamse mannen hadden de behoefte om elkaar te zien, te spreken en leuke dingen samen te doen. Bovendien om de culturele feestdagen met elkaar te vieren. Maar vooral ontmoeting.’’

Waarom is stichting Asha gevestigd in de Oase, Zuilen?
‘’Een hele geschiedenis aan activiteiten in panden was opgezet toen ik me aansloot bij de stichting in ‘89. Op den duur was besloten om één pand voor de Surinamers in de stad Utrecht op te zetten en dat werd de Oase. Verschillende Surinamers wilden hun eigen pand, maar de gemeente wilde ons samenvoegen in één pand. Zij wilde echt niet dat er aparte locaties zouden komen. Ik kan me herinneren dat ik in die zaal zat tussen Creoolse, Hindoestaanse en allerlei mensen  van verschillende culturen en ik hoor Ronald Kalka, die is nu voorzitter van Asha, nog zeggen: ‘’Wij willen ons eigen gebouw!’’ Op diezelfde avond vroeg de wethouder toen der tijd: ‘’En beste mensen, weet u waar Oase voor staat?’’ Niemand wist het antwoord. Oase staat voor: Ondanks Alles Samen Eén.‘’

Wat was voor u de grootste uitdaging aan het hier komen wonen in Nederland?
”Mijn eerste dag in Nederland was al een uitdaging. Je komt uit een land met een totaal andere samenleving. Ik kwam hier samen met mijn broer, vanaf het platteland, om te studeren. Wij hadden alles daar; vrienden en familie. En daar zat ik dan in Kanaleneiland, op de Marshallaan op 3 hoog. Kan je nagaan, het was winter. In Suriname zou ik vakantie hebben en hier begonnen de scholen alweer; vreselijk. Het plan was om na mijn studie terug te gaan naar Suriname. Na een jaar kwamen mijn broer en ik erachter dat onze studie lang zou gaan duren. Dus toen kwam mijn moeder naar Nederland. Wat uiteindelijk goed uitkwam, want daarna vond er een staatsgreep in Suriname plaats. Met tot gevolg dat mijn hele familie hierheen kwam. Maar volgens mij heb ik het geluk gehad dat ik binnen no-time mijn werk had opgepakt op school en dat ik ook autochtone vrienden had gemaakt. Ik heb constant autochtone mensen in mijn buurt gehad. In het Suriname van waar ik kom, vieren veel Nederlanders hun vakantie, denk aan de Familie van Dijk. Waarschijnlijk heeft dat geholpen, voor mij was het geen probleem om toenadering te zoeken tot Nederlanders.”

Wat mij opviel, is dat een heel klein deel van Utrecht zelf Hindoeïstisch is. Hoe laten zij zich horen in de gemeente?
”Hindoes, met name Surinaamse hindoes hebben hun draai gevonden in Nederland. Die doen hun ding, hebben werk; als mensen werkloos zijn proberen ze vooral via hun netwerk ergens te komen.”

Wat is volgens u een groot verschil tussen de Hindoestaanse en Nederlandse cultuur?
”De Surinaamse hindoes onderschatten de verandering. Ze denken: ik ben Surinaams, dus Nederlands. Ik heb recht op dezelfde dingen als de Nederlanders. De Hindoes denken dat ze alles dan voor elkaar hebben. Kinderen studeren af, zoeken naar werk, maar hebben geen netwerk. Datzelfde vertonen ze ook als autochtoon. Afstuderen en daarna pas werken aan je netwerk, autochtonen zijn daarin toch iets slimmer. Je moet juist investeren in familie en sport. Surinamers zijn een geweldige doelgroep, maar het ontbreekt ze soms aan een paar competenties. Die hebben ze wel van nature, maar je moet dat ontwikkelen. Als je wil voetballen, moet je op tijd op het veld zijn om mee te kunnen voetballen en te kunnen trainen. Dus ergens ontbreekt soms de discipline, omdat men o.a. last heeft van vooroordelen. Dan wordt er gedacht: ‘moet ik dit?’ en ‘waarom moet ik dit?’. Ik denk dat ze heel vaak een goede keuze maken, maar soms niet doorzetten. Een redelijk deel heeft het goed, studeert af, trouwt, et cetera. Ik ben zelf vader van een meisje, 21 jaar, en zij studeert nu maar ik weet zeker dat zij misschien niet trouwt, of iets op een niet-traditionele manier doet. Daar moet ik me ook bij neer kunnen leggen.”