Hij is twee jaar lang landelijk voorzitter van de ChristenUnie-jongeren geweest en is nu fractievoorzitter van de ChristenUnie in de gemeente Utrecht; Maarten van Ooijen.

Hoe passen uw persoonlijke standpunten en ervaringen binnen de ideologie van de partij?
”Ik ben ongeveer zes jaar geleden actief geworden bij de ChristenUnie. Ik ben toen lid geworden om twee belangrijke redenen. De eerste reden; de idealen van de ChristenUnie, haar idealen van de samenleving, spraken mij persoonlijk heel erg aan. Dat voelde ook als mijn ideaal; dus heel dichtbij, heel gemeenschappelijk. Dat is voor mij eigenlijk nog het belangrijkste. De tweede reden was dat ik me ook kon vinden in de manier waarop de partij productief is. En dat zeg ik als uitgesproken christelijk. Want ik ben zelf christen en op die manier had ik een hele wederzijdse gemeenschappelijke basis. Kort samengevat, mijn redenen om voor de ChristenUnie te kiezen zijn: het uitgesproken christelijk actief zijn en ik kan me heel nadrukkelijk vinden in de idealen van de partij. Die voelen eigenlijk misschien wel als extensivering van mijn persoonlijke idealen.”

Een ideologie is eigenlijk een grove schets van de ideale samenleving. Hoe ziet die er voor u uit?
”Zo’n vraag wordt aan politici eigenlijk nooit gesteld. Ik denk aan een samenleving waarin iedereen mee mag doen en elke waarde van elk persoon telt. Zodat iemand mee kan doen met slechts heel beperkte toegevoegde waarde, die bijvoorbeeld een kleine economische waarde heeft, dat toch die waarde meetelt in het geheel. Hetzelfde geldt voor mensen met een grote economische waarde, die misschien wel de elite vormen van de samenleving. Dat die mensen op dezelfde manier worden beoordeeld. Iedereens unieke waarde telt. Maar ook dat mensen met elkaar een samenleving maken. Ik denk dat mensen zich tegenwoordig veel te veel beroepen op hun eigen individuele leven.De mensen redeneren vanuit zichzelf en ik denk dat we heel veel kunnen leren van culturen die minder gebaseerd zijn op individualisme, maar veel meer op wat je gezamenlijk hebt; als wijk, als buurt, als school, et cetera. We zouden veel meer tijd moeten besteden aan onze gemeenschap; verenigingen, sporten noem maar op. En minder tijd aan ons individuele leven waarin we denken vanuit onszelf en wat we zelf belangrijk vinden.”

De landelijke ChristenUnie heeft haar verkiezingsprogramma uitgebracht, past het nieuwe programma binnen uw visie?
”Ik kijk zelf altijd erg goed naar het verkiezingsprogramma, dat is zeer relevant voor een lokaal politicus. Ik kijk wat er nou eigenlijk staat in het landelijk Tweede Kamerprogramma. Ik ben daar in principe heel tevreden mee. Er staan mooie idealen in over bijvoorbeeld het activeren van jongeren tot mee doen in de maatschappij; iedereen doet mee zoals ik net al zei. Ik zie heel veel ruimte voor vluchtelingen en mensen in de armoede. Maar natuurlijk hou je altijd je wensen. Ik denk bijvoorbeeld wel dat er wat meer aandacht had mogen zijn voor arbeidsparticipatie. Er zijn heel veel mensen met een migrantenachtergrond die geen werk hebben en ik vind dat de overheid een grotere bijdrage moet leveren om dat wel voor elkaar te krijgen.”

De ChristenUnie wil zich na de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 in gaan inzetten voor het verkleinen van verschillen tussen mensen. Is dit op lokaal niveau ook een groot punt van verbetering?
”Essentieel. Denk aan het verschil tussen wijken in Utrecht. Vergelijk de uiterste punten met elkaar; Overvecht en wijk Oost. Als je kijkt naar de gezondheidsverschillen tussen deze wijken; die zijn immens. Er zit jaren verschil tussen de levensverwachting van mensen in deze wijk. Uit mijn hoofd zit er een verschil van 8 jaar tussen, dat mensen ouder worden in wijk Oost dan in Overvecht. Dat is een enorm verschil dat we niet kunnen accepteren. Kijk ook naar hoeveel mensen een bijstandsuitkering hebben in Overvecht en hoeveel mensen een bijstandsuitkering hebben in Oost. Dat is een gigantisch verschil. Dat kunnen we niet accepteren. Het verkleinen van verschillen is een ideaal wat wat mij betreft uitstekend past binnen de lokale stedelijke context.”

Er is een bepaalde politieke stroming is sterk in opkomst; het populisme. Wat is de reden hiervoor denkt u?
”Dat komt doordat heel veel mensen zich niet meer herkennen in de manier hoe politici optreden. De politiek is niet meer herkenbaar genoeg, die sluit niet meer aan bij hun belevingswereld. En ze snappen niet wat er nou eigenlijk gezegd wordt. Dan krijg je vervreemding. Er is ook een enorm laag opkomstpercentage stemmers, wat juist de voedingsbodem is voor een populist. Populistische partijen springen in op die vervreemding.”

Wat zou een oplossing kunnen zijn voor die vervreemding?
”Daar is zeker niet één oplossing voor. Maar wat politici in ieder geval moeten doen is veel meer de taal van het volk leren spreken. Politici praten in beleidstermen, maar daar herkennen mensen zichzelf niet in. Dan ontstaat er vervreemding. Dat is wat de populisten zo goed doen, ze spreken de belevingstaal van het volk. De andere partijen zouden hun taalgebruik aan moeten passen aan dat van het volk.”

Wat zijn volgens u de voor –en nadelen van het opkomende populisme?
”Het voordeel van het populisme is dat de mensen die zich vervreemd voelen, zich ergens bij aan kunnen sluiten waar zij zich wel in herkennen. Het nadeel is dat heel veel populisten geen verantwoordelijkheid nemen als puntje bij paaltje komt. Bij moeilijke politieke beslissingen lopen populisten vaak weg. Dat zie je bijna overal terug; in Engeland waren er populisten die geen verantwoordelijkheid nemen voor de Brexit en natuurlijk Geert Wilders die wegliep bij het Catshuis.”