Sinds 1 januari 2018 is de AOW-leeftijd verhoogd van 65 jaar naar 66 jaar. In het jaar 2021 zal dit naar 67 gaan en in 2022 naar 67 jaar en 3 maanden. Daarna wordt het gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting en kan dus blijven stijgen. Veel mensen hebben hier een mening over en willen dat het weer terug naar 65 jaar gaat en dat het dan ook blijft. Hoe denken 2 mensen uit Utrecht West, iemand van 19 en iemand van 58, over dit probleem na?

[En hier moet je dus meteen met de MENS beginnen; de uitleg over de AOW kan later]

Toen het AOW [de AOW, niet het]  in 1957 werd ingesteld, werd het maar aan zo’n 8 procent van Nederland [van de Nederlanders] gegeven. Nu is dat 10% meer geworden. Op dit moment wonen er 35.000 65+ers in Utrecht. Veel partijen, zoals 50+ en de SP, willen graag dat de AOW-leeftijd weer naar 65 gaat. Volgens het SER zou dat 1,5 miljard euro extra gaan kosten als we de verhoging zouden vertragen. Dat komt omdat onze maatschappij vergrijst en we langer leven. Hierdoor zijn er steeds minder werkenden die zorgen voor het AOW van ouderen. Het onderhouden van veel meer ouderen wordt dus steeds duurder. Het huidige kabinet heeft er dus voor gezorgd dat de AOW-leeftijd mee gaat met de gemiddelde levensverwachting, zodat de druk minder zwaar wordt voor de werkende groep in Nederland.

In deze regeling worden er met een paar dingen geen rekening gehouden. H.A.A. Verbon schreef in een paper van Universiteit Tilburg dat juist de armen hierin worden benadeeld. De rijken kunnen vaak eerder stoppen, omdat ze gespaard hebben door hun hoge inkomen. De mensen met lagere inkomens zullen dan echt tot de eindstreep door moeten, ook als dit niet lukt.

Volgens GroenLinks zou er een speciale regeling moeten komen voor mensen met zware beroepen. Als je fysiek of mentaal niet meer kan werken, zou je eerder moeten stoppen met werken en AOW ontvangen. Hierin is natuurlijk wel de moeilijke vraag; wanneer is telt een beroep als “zwaar” beroep?

Inge is 19 jaar, woont in Kanaleneiland en studeert rechten aan de Universiteit in Utrecht. Zelf vindt ze huidige regeling goed. “Ik ben best bang voor de toekomst, want ik wil niet dat onze generatie niet rond kan komen omdat ze voor het AOW van de ouderen moeten betalen. We worden steeds ouder en het is dus ook veel realistischer als het [de]  AOW ook omhoog gaat. En als je erover nadenkt; we leven langer, dus we genieten even lang van ons AOW als de voorgangers!”

In een zij-straatje van de Amsterdamsestraatweg woont Ria (58), ambtenaar bij de gemeente, met haar dochter Lisa. Ze snapt waarom de regeling is veranderd, omdat het anders te zwaar voor haar dochters generatie wordt, maar leuk vindt ze het niet. “Ik vind dat er rekening gehouden moet worden wanneer iemand begint met werken. Als iemand die 18 was toen hij of zij begonnen is met werken, vindt ik [oeps: vind ik] dat die eerder mag stoppen dan iemand die 23 was toen hij of zij begon met werken.” Ria vertelde dat de nieuwe regeling het haar stemgedrag niet heeft veranderd.

Commentaar: Opbouw is niet goed. Je begint met uitleggen AOW, en dan pas komen de mensen. Dat moet andersom. Je moet het uitleggen aan de hand van de mensen.