The Blessing, in de volksmond ook wel de Maasbach gemeente genoemd, is een gemeenschap die in de jaren 60 werd opgericht. De kerkelijke gemeenschap is sinds de oprichting aanzienlijk gegroeid en telt maar liefst acht kerken in Nederland, naast het uitgebreide zendingswerk in het buitenland. Daarmee maakt het onderdeel uit van de steeds groter wordende pinkstergemeente wereldwijd, die vandaag de dag uit meer dan een half miljard mensen bestaat. Wij spraken met Fred de Bruijn, pastoor van The Blessing Utrecht in Hoograven.

Naam: Fred de Bruijn

Leeftijd: 67

Functie: pastoor/voorganger

Levensbeschouwing: Christen

Stroming: pinkstergemeente 

‘’Mijn hele leven lang was ik op zoek naar de waarheid. We leven in een maatschappij waarin mensen zoekende zijn. Ze zoeken houvast. Ik kwam erachter dat The Blessing die boodschap heeft die wij als mens nodig hebben. Wij bieden iets concreets in een abstracte en verwarde wereld.’’

Begin van een lange zoektocht

‘’Op mijn elfde begon die drang naar het vinden van de waarheid. Ik ging op dat moment naar een andere kerk, maar ik kreeg niet het gevoel dat ik daar de waarheid vond die ik zocht. Er werd weliswaar uit de bijbel gelezen, maar het werd niet bestempeld als het woord van God. Het werd gezien als een cultuurboek.

‘’Voor mij werd de angst dat ik niet meer terug in mezelf kon treden opeens enorm groot.’’

Hoe ouder ik werd, hoe meer verschillende verhalen en preken ik hoorde. Allemaal met een andere boodschap. Ik was 21 jaar, een best pientere jongen en ik studeerde Orthopedagogiek in Amsterdam. Ik was net als veel jongeren aan het zoeken naar wat is precies de waarheid. In die zoektocht hield ik me veel bezig met dingen als yoga en andere occulte zaken. Ik stelde me daarmee open voor een geestelijke wereld die ik niet kende. Op een gegeven moment kon ik zelfs uit mezelf treden, althans dat dacht ik, en naar mezelf kijken vanuit de hoek van mijn kamer. Dit is heel moeilijk te begrijpen als je dit nooit hebt meegemaakt, maar voor mij werd de angst dat ik niet meer terug in mezelf kon treden opeens enorm groot. Een vijandelijke geestelijke macht had mij overmeesterd.’’

‘’Een stem in mijn hoofd zei dat ik van drie hoog naar beneden moest springen.’’

De confrontatie

‘’Op een dag kreeg ik een discussie op straat met een Christen, een hele gewone man. Deze discussie ging over, je raadt het al, de waarheid. Ik dacht als universitaire student wel slimmer te zijn dan deze man, maar hij bleef volhouden dat ik het Woord van God moest aannemen, omdat dit de enige waarheid is. Toen ik wegliep riep hij: ‘’Als je Jezus niet aanneemt, ga je naar de verdoemenis”. Ik vond dit maar onzin en besteedde er geen aandacht aan, maar sinds dat moment merkte ik dat ik steeds meer last kreeg van een beklemmend gevoel.’’

Aan het eind van mijn latijn

‘’Op een maandagochtend werd ik zwetend wakker in mijn studentenwoning. Een stem in mijn hoofd zei dat ik van drie hoog naar beneden moest springen. Angstig hield ik mezelf vast aan de reling van mijn bed. Langzaam gleden mijn handen los die kracht was sterker dan ik. Opeens schoot het gesprek met die man door mijn hoofd en ik riep: ’Jezus, als U werkelijk bestaat, help me dan!’ Plotseling zag ik, als in een visioen, Jezus aan het kruis…. Ik zag hoe Hij pijn leed voor mij. Tranen stroomden over mijn wangen. Opeens werd alles duidelijk: Jezus is gestorven voor mijn zonden. Ik zag voor het eerst hoe God mij zag, en ik werd nederig. Al die tijd leefde ik voor mezelf, en niet voor Hem. Ik smeekte Hem mij te bevrijden van deze macht. Op dat moment keerde de rust terug, Ik nam Jezus aan als mijn Redder en Verlosser.

Ik had in die tijd een vriendin. Zij was niet gelovig. Het maakte niet uit hoe vaak ik haar uit de bijbel wilde laten lezen, ze had geen interesse. Dit zorgde voor een bepaalde wrijving en toen ik op een avond tot God bad, sprak Hij tot mij en zei Hij: ‘Je moet haar loslaten’. Ik stribbelde tegen: ‘maar ik hou van haar’. Uiteindelijk besefte ik dat ik door deze relatie niet dichter bij God kon komen, en ik besloot de relatie te verbreken. Ze besloot terug te gaan naar Suriname, en een paar maanden later kreeg ik een brief van haar. In die brief vertelde ze heel enthousiast dat ze Jezus had aangenomen na een ontmoeting met een zendeling. Ik kon niet geloven wat ik las, zo blij was ik! Toen ze weer terugkwam naar Nederland, vertelden we ons verhaal aan de voorganger van onze kerk.’

Inzetten voor de kerk

‘’Wij bezochten in die tijd al The Blessing in Utrecht. De voorganger van die kerk sprak ons later tijdens het huwelijk toe en vertelde dat wij de gemeente zouden gaan dienen.

We sjouwden stoelen en hielpen mee met de voorbereidingen van de diensten. Al gauw hadden we een goede band met onze pastor. Toen hij vroeg of ik jeugdleider wilde worden dacht ik meteen aan de woorden die de voorganger tijdens ons huwelijk sprak: “Jullie zullen de gemeente dienen”. Dat heb ik 14 jaar gedaan waarna ik ouderling werd”

Zendeling

‘’Tijdens onze aankomst was er al geschoten op onze ontmoetingstent’’

‘’Ook gingen we mee op reizen naar landen waar vrijheid van geloofsuiting niet vanzelfsprekend is om daar het evangelie te verkondigen. Met een zendingsreis van de stg JMWZ vertrokken we naar Ostrava, Tsjechië. Dit was net na het communistische tijdperk en iedere vorm van geloofsuiting was daar vrij onbekend. Tijdens onze aankomst was er al geschoten op onze ontmoetingstent, dat geeft natuurlijk geen veilig gevoel. Toch zijn we het centrum ingegaan om de mensen te vertellen over God en te zingen van Jezus’ grote liefde voor de mensen. Heel veel mensen hebben we daar kunnen bereiken en dat was fijn. We bevonden ons op een gevaarlijke plek, maar er overkwam ons niks. Dat is de kracht van onze God!’

Ziekte

‘’Waar op persoonlijk vlak alles voor de wind leek te gaan, ging het met mijn gezondheid niet heel goed. Voor een onderzoek moest ik naar het ziekenhuis. Tijdens dit onderzoek verloor ik het bewustzijn en werd ik wakker op de intensive care. Dat was heftig, maar met de steun die ik van God kreeg , kwam ik er doorheen. Na een periode van herstel, nodigde David Maasbach, de leider van het zendingswerk mij uit op zijn kantoor. In dat gesprek zouden we samen kijken hoe ik mij, na een periode van ziekte, in kon zetten voor de kerk. Broeder David stelde mij de vraag: Wat wil je nog?’. Ik antwoordde dat ik als Abraham wou zijn en niet als Lot die voor zichzelf koos. (Abraham had de belofte gekregen dat hij voor een groot volk mocht zorgen.) Ik geloofde in Gods leiding, alles wat Hij doet is goed dacht ik.’’

Thuiskomen

‘’In dat gesprek vroeg David Maasbach of ik voorganger wilde worden in The Blessing Utrecht. Eerder was ik hier ook lid geweest, dus dit voelde voor mij als thuiskomen. Samen met mijn vrouw leid ik hier nu zes jaar de gemeente.

Mijn vrouw Jettie en ik zijn de trotse ouders van zes kinderen, drie zonen en drie dochters. Wij hebben hen altijd groot willen brengen met het geloof in God. Van jongs af aan hebben ze altijd hun eigen keuzes mogen maken. Wel hebben we altijd de regel gehad dat zolang ze thuis woonden ze met ons meegingen naar de kerk. Daarin heeft altijd de volgende zin centraal gestaan:” Ik en mijn huis wij zullen de Here dienen” uit Jozua 24 vers 15. Inmiddels zijn al onze kinderen volwassen en vervullen ze allemaal een dienende rol binnen de kerk die zij bezoeken, b.v. in de muziek, als voorganger of jeugdleider. Daar zijn we ontzettend blij mee.’’

The Blessing is een kerkelijke gemeente die zijn oorsprong vindt in de jaren ‘60. Johan Maasbach, oprichter van deze gemeente, werd bekend toen hij de Amerikaanse evangelist Thomas Lee Osborn vertaalde op het Malieveld in Den Haag. De samenwerking tussen de twee was van tevoren niet afgesproken en Johan werd zo uit het publiek geplukt. Hierdoor werd hij zo bekend dat hij zijn eigen campagnes begon te organiseren. De kring rondom Johan groeide gestaag, om nog meer mensen te bereiken met het evangelie begon hij een eigen radio-programma. Niet lang daarna kocht hij ook een oude bioscoop vanwaar hij begon met het houden van kerkdiensten. Deze bioscoop, ook wel ‘Capitol’ genoemd, staat in Den Haag. Toen Johan Maasbach in 1997 overleed, werd zijn zoon David Maasbach aangesteld als opvolger in het zendingswerk. Negen jaar lang werden de uitzendingen van de kerkdiensten uit het Capitol uitgezonden op SBS6. Halverwege 2017 werden de tv-uitzendingen overgeplaatst naar de christelijke televisiezender Family7. Vandaag de dag zijn de uitzendingen nog steeds te zien, elke werkdag van 18.05-18.30 uur.

Kritiek

‘‘Tuurlijk is niet altijd iedereen het eens met wat je doet. In het verleden is er een periode van veel kritiek geweest op Johan Maasbach en het zendingswerk.

Die kritiek heeft mij nooit veel gedaan, behalve één keer. Mijn dochter was in die tijd bij een vriendinnetje wezen spelen. De ouders van het vriendinnetje hadden haar op een vervelende toon gevraagd ‘Of zij ook lid was van die Maasbach, die in de krant stond’.

Jezus werd ook om de zoveel tijd verdacht gemaakt, dat zie ik als een troost. Wij doen gewoon ons ding, als je dat niet wil hoef je niet mee te doen, maar val ons er niet mee lastig. Johan Maasbach reageerde ooit zelf op de kritiek met de woorden: Ach ja, zolang ik nog niet gekruisigd ben als Jezus, mag ik niet klagen.’ Daar kan ik me wel in vinden.’

Unieke plek

‘’Al met al vind ik het mooie aan deze gemeente dat de bijbel in zijn puurste vorm centraal staat en mensen vrij worden gemaakt door de waarheid van de Bijbel, het Woord van God. Dat vind je niet meer in iedere kerk vandaag. Ik wil echt voor God leven. Uitgaan van Zijn leiding, en de Bijbel als Zijn betrouwbaar Woord en niet leven vanuit wat ik zelf denk dat goed is. Door heel ons leven heen is Hij gebleken de Grote en enige Waarheid te zijn: Zoals Jezus zelf zegt: Ik ben de Weg de Waarheid en het Leven’’

De kritiek die kort aan bod kwam in dit interview komt van ex-leden die beweren dat The Blessing families uit elkaar zou drijven. Een van deze leden is Paul Vermeul. Paul was ooit lid van de Maasbach gemeente, maar vertrok in 1998. Zijn dochter, die de kerk nog wel bezoekt, besloot in 2014 het contact met Paul en de rest van haar familie te verbreken. Volgens Paul heeft ze dit gedaan omdat dit moest van David Maasbach. Het interview waarin Paul vertelt hoe het zo ver heeft kunnen komen is hier te lezen