Bas ter Brugge, lid van de Jonge Democraten in Utrecht, vertelt hoe hij lid is geworden van de jongerenpartij van D66 en zijn visie op de huidige Nederlandse politiek.

Vertel eens iets over jezelf…
”Mijn naam is Bas, ik ben 22 jaar. Ik kom uit de achterhoek, maar ben geboren in het academisch ziekenhuis van Utrecht. Op zeventigjarige leeftijd ben ik terug naar Utrecht gekomen om geneeskunde te studeren. Hij zit nu in zijn zesde jaar van zijn studie op de Universiteit van Utrecht.”

Waarom bent u lid geworden van de JD?
”Een vriend vroeg of ik mee ging naar een meeting, dat was hartstikke leuk en gezellig. Ook waren er veel zorg gerelateerde activiteiten, waardoor ik het zo leuk vond dat ik mij hierbij wel wilde aansluiten. Puur voor de gezelligheid alleen al, vooral in het begin. Daarna ging hij meer nadenken over zijn eigen politieke ambities en werd actief lid.”

Vooral met betrekking tot de zorg heeft Bas een uitgesproken mening. “Aan de ene kant ben je namelijk als arts vooral bezig met het praten met patiënten, maar je hebt ook een maatschappelijke rol die je moet vervullen. Ik vond het zonde dat je als arts wel alles moet uitvoeren, maar geen zeggenschap hebt over de beslissingen die gemaakt worden achter de schermen. Persoonlijk had ik het gevoel dat ik een beetje aan de zijlijn stond en wilde dit niet. Dit is een reden om actief te worden binnen de partij en dit ook te blijven. Ik ging bij het bestuur en werd lid van de werkgroep”.

Jullie zijn over het algemeen allemaal heel erg jong, wat zijn uw eigen politieke ambities?
”Els Borst is mijn grote voorbeeld als minister van volksgezondheid en dokter. Tegelijkertijd minister en dokter zijn lijkt hem ook supergaaf. Ik zou graag die taak op mij nemen, al is het maar de vraag of dit reëel is natuurlijk. Zijn ambitie is om actief te worden in de gemeente.”

Op dit moment is Bas ook bezig met het schrijven van een manifest over het duurder worden van alle zorgkosten en medicijnen. Samen met andere jongerenpartijen zijn ze als Jonge Democraten hierover in discussie gegaan en proberen samen een overeenkomstige oplossing te vinden. Deze samenwerking tussen verschillende jongerenpartijen is redelijk nieuw. De verschillende linkse en rechts ideologieën botsten zo af en toe natuurlijk wel, desondanks zagen ze zoveel problemen dat ze het gevoel hadden dat ze met samenwerking veel verder zouden komen dan alleen. Dit actieplan gaan ze binnenkort voorleggen aan de minister van volksgezondheid en aan de vaste kamer commissie.

Als je een horizontale lijn hebt met aan de linkerkant alle linkse partijen en aan de rechterkant alle rechtse partijen, waar zouden jullie jezelf dan plaatsen?
”Wij zijn de progressieve vleugel van de D66 en willen vaak veel veranderingen. Wat natuurlijk ook ‘jongereneigen’ is. Die willen vaak veel verandering en zijn hier niet bang voor. Waarschijnlijk hebben we een wel ietwat linkse visie. De Jonge Democraten zijn dus links progressief. Een voorbeeld hiervan is ons idee van het basisinkomen, waarmee we bedoelen dat iedereen vanaf zijn achttiende een minimaal loon verdient. Op deze manier creëer je een andere en nieuwe visie op de economie.”

Wat is voor jou het belangrijkste wat jullie als jongerenpartij bereikt hebben en waarom?
”Verhoging van de AOW-leeftijd. Dit was een initiatief van de jonge democraten, die dit voorgelegd hebben aan de D66 en uiteindelijk weer in de tweede kamer is aangenomen. Ik ben wel trots dat wij dit als jongerenpartij voor elkaar hebben gekregen.”

Op middelbare scholen wordt op het vmbo vaak niet gesproken over de politiek, waardoor veel jongeren hier weinig kennis over hebben…
”Dat is inderdaad een interessante verschijning die ons ook is opgevallen. Over het algemeen zijn leden van de politiek nog steeds hoogopgeleid, mannelijk en wit. De JD zijn er als partij mee bezig een ‘schooltour’ te organiseren voor het mbo en vmbo. Zo leren wij de mensen meer over de politiek en met deze kennis kan je juist jezelf hiervoor gaan inzetten. Onbekend maakt onbemand. Je ziet bij de Jonge Democraten bijvoorbeeld dat er weinig allochtonen lid zijn en ook veel minder vrouwen dan mannen. Op de achtergrond spelen de vrouwen vaak een net zulke grote rol als alle anderen, maar op de voorgrond nemen de mannen vaak het voortouw. Misschien een stukje schroom bij de vrouwen. Hier willen we graag verandering in zien.”

Politieke partijen maken steeds vaker gebruik van nieuwe media zoals Twitter en Facebook, waarom?
”Dit heeft te maken met de verandering van de maatschappij. Er is steeds minder ruimte voor de traditionele media, omdat mensen sneller toegang hebben tot het nieuws en berichtgeving. Dingen die ze leuk vinden, door bijvoorbeeld facebook en twitter. Daardoor wordt de rol van de traditionele media steeds minder belangrijk.”

”Een nadeel hiervan is dat je toch vaak in je eigen groepje zit. Als je de krant openslaat lees je deze van ‘A tot Z’ en lees je als lezer allemaal verschillende visies op problemen. Terwijl je bij ‘social media’ vaak in een facebook groep zit je of je een specifiek twitter persoon volgt. Je volgt eigenlijk vooral de dingen waar je van nature geïnteresseerd in bent en je krijgt minder te maken met de rest van het spectrum. Iedereen blijft heel erg in zijn eigen bubbeltjes en komt hier niet vaak uit.”

Het populisme is sterk in opkomst, is dit een negatief of positief verschijnsel?
”Het populisme doet mij denken aan het oude Griekse staatsbestel, de volksmenner. Dat iemand door zijn persoonlijke uitstraling mensen overtuigt om op een bepaald idee te stemmen. Het gaat in werkelijkheid meer om de persoon zelf dan het idee. Ik vind dit niet goed. Je moet stemmen op het idee en ideologie waar iemand of een fractie voor staat en niet op iemands stem en manier van spreken. Wilders (PVV) is bijvoorbeeld een veel betere retoricus dan Marianna Tieme (PvdD). Wilders kan zijn argumenten heel erg goed verwoorden, maar dan praat je het volk een beetje aan de mond en ben je niet helemaal eerlijk. Hij zweept de mensen op met mooie praatjes die uiteindelijk nooit helemaal waar gemaakt kunnen worden.”