Maar liefst 42 boten varen aankomende zaterdag door de grachten van Utrecht. Dit alles ter ere van de tweede editie van de Canal Pride in de Domstad waar seksuele en genderdiversiteit gevierd wordt. Tussen de boten van verschillende LHBT-gerelateerde organisaties vaart ook een boot met gemeenteraadsleden en leden van politieke partijen. Fiona Frank (42) woont in Lombok en is bestuurslid diversiteit bij GroenLinks samen met 28 van haar collega’s vaart zij ook mee. Samen met haar kijken we naar de Canal Pride en hoe het er momenteel voorstaat met de acceptatie van deze groep.

‘’In mijn rol als bestuurslid diversiteit ben ik continu bezig met het vergroten van de diversiteit. Dit doe ik niet alleen binnen onze partij, ook daarbuiten probeer ik zoveel mogelijk het netwerk van de stad uit te breiden. Ik let daarbij extra op groepen die in de minderheid zijn. Zo vier ik binnenkort Ketikoti, de Surinaamse viering van de afschaffing van de slavernij en ben ik zaterdag te vinden bij de Canal Pride. Ik kijk uit naar een mooie dag waarop iedereen trots mag zijn op wie hij of zij is en dat onder gejuich van de duizenden mensen die aan de gracht staan, dat is top! Helaas kan het niet altijd zo zijn…’’

Uitdagingen

‘’Laatst organiseerde ik samen met een stel Groene moslims van onze partij een iftar, dit is een gezamenlijke maaltijd die plaatsvindt tijdens de ramadan. Het beloofde een hele gezellige avond te worden en we hadden er allemaal veel zin in. Ik werd gebeld door een Syrische man die zijn land ontvlucht is en in Nederland veiligheid heeft gevonden. Nadat ik de telefoon opnam zei hij ‘Ik ben gay, ben ik welkom op de iftar?’ ’Ja, maar natuurlijk’ antwoordde ik direct. Later bleek dat hij eerder, bij een andere iftar, was geweigerd vanwege zijn geaardheid. Ik wil hiermee het probleem niet neerleggen bij de moslims, dat zou oneerlijk zijn. Als docent kom ik ook heel veel studenten tegen die niet uit de kast durven komen en het disrespect, en nog erger het geweld, tegen LHBT’ers komt net zo goed vanuit de hoek van de ‘witte’ man of vrouw.

Wat ik vooral probeer te zeggen is dat alles wat afwijkt van de norm als gek wordt beschouwd en daarmee niet geaccepteerd wordt en dat we daar een oplossing voor moeten verzinnen. In Nederland heerst nog steeds heel erg het beeld dat je per definitie hetero bent. Dit beeld is door de jaren heen ontstaan en verweven in onze cultuur. Dat wil niet zeggen dat we daar niets aan moeten doen.’’

Utrecht is een lieve stad

‘’De Utrechtse politiek heeft een heleboel grote stappen gemaakt als het gaat om de emancipatie van de LHBT-community. Zo varen er naast onze partij maar liefst vijf andere partijen mee op de boot tijdens de Canal Pride, komen er steeds meer genderneutrale toiletten en hebben de meeste partijen hun handtekening onder het Regenboog Stembusakkoord gezet. Met dit akkoord stemmen de politieke partijen in met een 8-stappen plan waarmee LHBTI-emancipatie bevorderd wordt.’’

Ruimte voor verbetering

‘’Maar dat betekent niet dat we er zijn. Dagelijks vindt er geweld jegens homoseksuelen plaats. Ook wijzen onderzoeken uit dat 55 % van de LHBT-community niet hand in hand over straat durft te gaan, laat staan durft te zoenen in het openbaar. Ik vind dat we pas kunnen spreken van een geslaagd project als we ons allemaal gelijkwaardig voelen, en dat is nu niet het geval.

Ik denk dat we als politiek daarin grote stappen kunnen maken. Wat mij betreft zou iedere politieke partij een keer mee moeten te varen tijdens met de Canal Pride, maar dat is niet het allerbelangrijkste. Als we om te beginnen nou eens allemaal onze handtekening onder het Regenboog Stembusakkoord zouden zetten laat dat in ieder geval zien dat vrije keuze van geaardheid boven iedere politieke kleur uitgaat.’’

Motivatie

‘’Ik ben zelf overigens hetero, maar ik denk niet dat dat in dezen iets uitmaakt. Ik ben heel veel niet, maar ik kan er wel voor opkomen. Dat heb ik denk ik meegenomen uit de dat ik in Zuid-Afrika gestudeerd heb. Ik kwam daar net na de apartheid toen Nelson Mandela aan de macht was. Ogenschijnlijk leek het alsof de verschillende mensen elkaar geaccepteerd hadden. Ik als Indonesische met een licht tintje kan wel zeggen dat dit niet zo voelde. Beide partijen accepteerden mij niet vanwege mijn huidskleur. Nu denk ik dat heel veel mensen zich voor kunnen stellen dat dit soort taferelen zich hebben afgespeeld in Zuid-Afrika, nota bene net na de apartheid, maar ook tijdens mijn jeugd in Nederland heb ik me vaak zo gevoeld. Dat is zo’n rotgevoel en dat wil ik bestrijden. Iedereen moet kunnen zijn wie hij/zij wil zijn!’’