In Oog en Al staat de Mattheüskerk. Een zeer stevige christelijke kerk waar men op zondag twee keer per dag naar de kerkdiensten gaat. Naast Nederlandse kerkdiensten organiseren zij, door middel van een speciaal programma, ook Engelstalige diensten waar veel asielzoekers op af komen.

Derk-Jan Hoogenboom vertelt over zijn leven als predikant in de Mattheüskerk en welke overtuiging hij heeft  om het geloof door te geven aan anderen.

Bij binnenkomst leidt er direct een trap naar boven waar de studeerkamer van Derk-Jan zich bevindt. In de kamer staan twee bruine fauteuils schuin tegenover elkaar en de wand wordt volledig bedekt door honderden boeken, waaronder meerdere Bijbels. Op de grote, donkere houten tafel staat een karaf water met daarnaast twee Bijbels en een laptop waar Derk-Jan zijn preken uittypt. Hij gaat rustig zitten en langzaamaan begint het gesprek over zijn belevenissen als predikant.

 Waar is de liefde voor God begonnen?
‘’Ik ben opgegroeid met de kerk en het geloof. Dat was iets heel erg belangrijks bij ons thuis. Ik vond het geloof altijd razend interessant, zo las ik in de krant artikelen over bijeenkomsten en discussies over het geloof. Het roept namelijk altijd discussies op, en daar was ik altijd erg benieuwd naar. Zondag was voor ons ook echt een rustdag. Dat wordt ook wel de dag des Heren genoemd. We bezochten twee keer op zondag de kerk, aten tussendoor gezamenlijk aan tafel en lazen een stuk uit de bijbel na het eten.’’

Met welke overtuiging bent u de studie theologie begonnen?
‘’Toen ik vijftien was heb door mijn darmziekte twee maanden in het ziekenhuis gelegen, dit klinkt misschien raar, maar ik vond dit een fantastische tijd. Samen met andere jonge patiënten hielden we skatewedstrijden met onze infuuspalen, dat was geweldig! Door deze periode wilde ik arts worden, maar tegelijkertijd broedde ik ook nog op vragen rondom het geloof.
Rond mijn zestiende werden mijn ogen geopend. Ik besefte dat het geloof niet alleen een mooi verhaal was, maar dat als God echt is zoals hij beschreven wordt in de bijbel, dan zou het een enorme verrijking zijn in mijn leven. God bracht mij vreugde en ik wilde dat doorgeven aan anderen.
Het vak geneeskunde zat tot het laatste moment voor mijn studiekeuze ook nog in mijn hoofd, maar uiteindelijk is het toch theologie geworden.’’

”Ik hield het geloof op afstand”

Hoe heeft u de studententijd beleefd die periode?
‘’Ik heb heel erg genoten van die tijd. Voordat mijn studie begon was ik een redelijk vroom jongetje, maar toen ik uiteindelijk ging studeren genoot ik wel van het ‘echte’ studentenleven. Hierdoor heb ik het geloof ook een tijdje op afstand gehouden en ben ik Nederlands gaan studeren. Ondertussen bleef theologie aan mij trekken en vond ik het heerlijk om met mensen in gesprek te gaan over het geloof. Ik wilde mensen lesgeven en helpen bij sterfgevallen, trouwerijen of geboortes. Eigenlijk zijn die te omschrijven als de belangrijke dingen in het leven en dan komt een predikant om de hoek kijken.
Uiteindelijk heb ik dus toch theologie afgerond en heb ik mij beroepbaar gesteld als predikant.

U bent nu predikant in de Mattheüskerk. Hoe zou u deze kerk omschrijven?
‘’Dat ligt er maar net aan vanuit welke kant je kijkt. Als je kijkt naar de gebruiken dan is het denk ik een vrij stevige kerk, een orthodoxe kerk, maar als je kijkt naar de gemeenschap dan is het een hele warme en brede gemeenschap.
De gemeenschap bestaat uit de Mattheüskerk, maar daarin zijn twee wijken. De Nederlandstalige wijk die vooral bestaat uit Nederlandse studenten, afgestudeerden en vijftigplussers, en een Engelse wijk. De Engelstalige dienst is het ICF (International Christian Fellowship) programma. Deze wijk bestaat vooral uit Syrische, Afghaanse en Iranese asielzoekers, maar ook expats.

‘’ICF heeft een hele hoop moslims die tot het christendom gekomen zijn’’ 

Zijn er mensen van een andere religie die het ICF programma bezoeken?
‘’Ja. Er zijn bijvoorbeeld een hele hoop moslims die tot het christendom bekeerd zijn. Deze mensen zitten in het asielzoekerscentrum en bedachten dan op zondag om naar de kerkdienst te gaan omdat er daarna gratis eten wordt verzorgd. Vervolgens woonden ze ook bijbelgroepen bij en zo kwamen ze nog meer in contact te staan met het Christendom. Daar ontdekten ze dan ze het erg interessant vonden en zich meer bij God betrokken voelden.
Er worden bij ons per drie maanden zo’n vijftien Moslims gedoopt. Dit wordt niet gemeld op onze site, puur en alleen omdat ze dan gevaar kunnen lopen voor hun eigen leven. Het wordt namelijk niet altijd gewaardeerd door familie en vrienden dat men zich gaat bekeren. Gelukkig is dit nog niet voorgekomen.’’

Homoseksualiteit en de Islam zijn actuele thema’s binnen onze maatschappij. Kaart u deze onderwerpen aan in uw prediken?
‘’Ik preek ’s ochtends en ’s middags. In de ochtend vertel ik verhalen uit de Bijbel en naar aanleiding van de Bijbelteksten trek ik lijnen naar ons leven vandaag. Het gaat in de Bijbel niet zo vaak over homoseksualiteit en al helemaal niet over de Islam. In die zin komt het dus niet direct aan de orde, maar er zijn bijvoorbeeld wel leden die homo zijn en het soms lastig vinden hoe ze daarmee om moeten gaan als Christen. Daar ga ik als predikant dan op in en praat ik met deze mensen.’’

Bezoekt u de leden van de kerk thuis, en waarom?
‘’Ja. Dat kan verschillende redenen hebben. Soms is er een kindje geboren en dan praat ik met de ouders over de doop, maar ik bezoek ook families die net een familielid hebben verloren en die dan de begrafenis moeten regelen. Daar kunnen hele mooie gebeurtenissen uit voortkomen, zoals families die dichter bij elkaar komen.

Wat is voor u het meest belangrijk om mee te geven als predikant?
‘’Dat als God in deze wereld aan het werk is dat het een enorme bevrijding geeft. Hij die het dan in deze wereld voor het zeggen heeft is diegene die zo ontzettend veel van je houdt dat hij voor je wil sterven. Dat geeft zo’n enorme rust in wie je mag zijn.’’

Staat de Matthëuskerk voor iedereen open?
”Absoluut. Na een dienst sta ik ook altijd open voor een gesprek of vragen. Niet alleen voor leden, maar ook voor mensen van buitenaf.”