UTRECHT - De 23-jarige Achraf B. uit Zeist die verdacht wordt van het handelen in cocaïne moest afgelopen vrijdag voorkomen bij de rechtbank in Utrecht. De handel zou volgens de Officier van justitie en meerdere getuigen plaats hebben gevonden over een periode van twee jaar. Sinds december vorig jaar zit de verdachte in voorarrest. Tijdens een huiszoeking bij zijn woonadres in Zeist is onder meer een sporttas met een groot geldbedrag, een weegschaal en cocaïne gevonden.

De verdachte verklaart inderdaad bij de cocaïnehandel  betrokken te zijn geweest. Een kennis van Achraf zou hem aan hebben geboden zijn telefoon bij te houden voor twee maanden terwijl hij naar het buitenland ging. Via deze telefoon zou het contact onderhouden worden met de klanten die de drugs afnamen.

Niet volgens plan

In september zou hij de telefoon hebben gekregen. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat hij deze tot begin januari zou onderhouden, maar zijn aanhouding begin december gooide roet in het eten. Wie deze kennis is wil de verdachte niet zeggen. Hij heeft zich naar eigen zeggen al ver genoeg in de nesten gewerkt.

De broer van de onbekende man zou ervoor hebben gezorgd dat Achraf B. beschikking zou hebben tot de voorraad van de cocaïne. De weegschaal, verpakkingsmiddelen en de kleine hoeveelheid coke die bij de verdachte thuis zijn gevonden zouden er hebben gelegen voor het geval hij niet op korte termijn bij de voorraad kon. De tas met grote sommen contant geld die in de woning van de verdachte is aangetroffen zou van zijn broer zijn en niets te maken hebben met de zaak.

Getuigenverklaring

Getuige Luuk W., een ex-harddrugsgebruiker, verklaart onder ede een langere periode gebruik te hebben gemaakt van de diensten van de verdachte. De twee zouden voor het eerst met elkaar in contact zijn gekomen tijdens een stapavond in Zeist, de woonplaats van beide heren. Achraf B. zou hebben gehandeld onder de naam Rachid. Dit zou plaats hebben gevonden halverwege 2013. Vanaf dat moment zou hij gemiddeld twee keer per week een hoeveelheid van een à twee gram cocaïne van Achraf B. hebben afgenomen.

De andere twee getuigen waren niet aanwezig in de zaal, zij zijn bang voor represailles zo wordt vermeld door de rechter. Wel hebben zij eerder een getuigenverklaring afgelegd waarin naar voren komt dat Achraf B. al langere tijd in de cocaïnehandel zit.

De telefoon die gebruikt werd als middel om contact te houden met klandizie is langere tijd getapt. De wijkagent van de verdachte geeft aan de stem van de verdachte te herkennen.

Officier van justitie

De Officier van justitie vindt dat er weinig waarde gehecht kan worden aan de verklaring van de verdachte. Doordat hij zich tijdens het proces op zijn zwijgrecht heeft beroepen zou hij maandenlang de tijd hebben gehad om zijn verklaring op die van de getuigen aan te passen. Ook gelooft de officier niet dat de man zich slechts 2 maanden bezig zou hebben gehouden met de handel in coke. Hij ziet geen enkele aanleiding voor de getuigen om valse beweringen te doen over de tijd die Achraf B. in de handel zou hebben gezeten. Ook hecht de officier veel waarde aan de wijkagent die de stem van de man heeft herkend op oudere telefoontaps, uitgevoerd op de dealertelefoon.

Verder wordt de verdachte zwaar aangerekend dat hij geld ontving in de vorm van een Wajonguitkering, terwijl hij zich bezig hield met criminele activiteiten. De verdachte zou genadeloos te werk zijn gegaan door drugs te verkopen aan personen in onstabiele situaties, bijvoorbeeld aan patiënten van de psychiatrische instelling Altrecht. Volgens hem ontwikkelt Achraf B. zich tot een topcrimineel en zou daarom een straf van 2,5 jaar met aftrek van de drie maanden die hij in voorarrest heeft gezeten passend zijn.

Verdediging advocaat

Volgens Dassen, de advocaat van Achraf B., is er geen enkele aanleiding om ervan uit te gaan dat zijn cliënt langer dan twee maanden in de cocaïnehandel zou hebben gezeten. De getuigen zijn allemaal regelmatige (ex-)gebruikers die meerdere malen per week nieuwe cocaïne nodig hadden. Allen hebben zij aangegeven enkel van de verdachte te hebben gekocht. Dat gaat volgens zijn advocaat al niet op, aangezien de verdachte een aantal weken in het buitenland is geweest en vast heeft gezeten.

Ook zou de omschrijving van een van de getuigen niet overeenkomen met het profiel van de verdachte. Verder zou het onderzoeksrapport enkel negativiteit bevatten. Volgens de advocaat is zijn cliënt verre van een gevaar voor de samenleving. Hij zou juist hard werken in de garage van zijn vader en zich net hebben ingeschreven voor een nieuwe opleiding. De 23-jarige man zou net zijn leven weer op de rit hebben en door hem in detentie te plaatsen zou de kans op terugval te groot zijn. Om die reden vraagt hij de rechter zijn cliënt het voordeel van de twijfel te geven, dat komt neer op vrijspraak of een gevangenisstraf van 2 maanden.

Wat de uiteindelijke uitspraak zal worden wordt bekend tijdens de vervolgzitting, deze staat gepland op 25 mei.