UTRECHT – De 44-jarige Mohammed C. die wordt verdacht van een zestal inbraken bij bedrijven moest gisteren voorkomen bij de rechtbank in Utrecht. De inbraken zouden plaats hebben gevonden tussen 2006 en 2015. De dakloze man zonder vaste verblijfplaats was zelf niet aanwezig in de rechtszaal, de reden van zijn afwezigheid was ook voor zijn advocaat onduidelijk. De grootste schuldeiser, een discotheek in Utrecht, eiste maar liefst een schadevergoeding van 13,5 duizend euro. Verder hangt hem een strafeis van zes maanden boven het hoofd.

Alle benadeelden, waaronder een kerk, een daklozenopvang en een tandartspraktijk, hebben aangifte gedaan van inbraak. Tijdens de inbraken die gepleegd zijn tussen 2006 en 2015 zou de man onder meer grote sommen contant geld, VVV-bonnen, bedrijfsapparatuur en mobiele telefoons buit hebben gemaakt. Het OM eist een straf van zes maanden met aftrek van de twee dagen die hij in zekering heeft gezeten. Deze straf is gebaseerd op het feit dat de man in het verleden al vaker de fout in is gegaan, te zien aan zijn strafblad dat vijf pagina’s omvat. Een taakstraf lijkt de Officier van Justitie geen goed idee, omdat de man geen vaste verblijfplaats heeft.

Bloedsporen aangetroffen

De inbraken, waarvan vijf in Utrecht en een in Lopik , zouden volgens een vast patroon zijn uitgevoerd. De verdachte zou zichzelf toegang hebben verschaft door het ingooien van een ruit waarna hij het pand betrad. Door deze werkwijze zou de man telkens verwondingen hebben opgelopen waardoor er bloedsporen op alle getroffen locaties zijn gevonden. Ook zou de man bij zijn laatste inbraak, bij de Utrechtse discotheek, zichzelf tegoed hebben gedaan aan een flesje tonic waarop speeksel is gevonden.

Door het daklozenbestaan van de man waren de gevonden sporen moeilijk te traceren. Na een beroep van het Openbaar Ministerie op de buitenlandse DNA-banken bleek dat de sporen overeenkomen met een profiel gevonden bij de Franse autoriteiten. Dit profiel komt overeen met dat van Mohammed C.

Verdediging advocaat

Volgens zijn advocaat, mevrouw Toet, zijn de bloedsporen op de getroffen locaties niet voldoende bewijs. Iemand anders zou zijn bloedsporen daar achter hebben kunnen laten. Ook beroept zij zich op het feit dat in 2009 de uitslagen van de databank over het bloed- en speekselonderzoek al bekend waren en dat het OM de zaak nu pas voor laat komen. Ook geeft de advocaat aan dat de man hulp heeft gezocht om zijn leven weer op de rit te krijgen.

Reactie Officier van Justitie

In reactie hierop laat de Officier van Justitie, mevrouw Schapendonk, weten dat ze het zeer onwaarschijnlijk acht dat verschillende personen over een periode van negen jaar aan de haal zijn gegaan met het bloed van de man. Verder geeft zij ook aan dat, op basis van eerdere uitspraken van de Hoge Raad, het late handelen van het OM enkel kan zorgen voor strafvermindering en niet voor seponering van de zaak.

De eis van de Utrechtse discotheek voor een schadevergoeding van 16,5 duizend euro, waarvan drie duizend reeds uitgekeerd is vindt Schapendonk een rare eis. Mede door het feit dat het niet duidelijk is of deze eis ingediend is door de eigenaar en er voor de rest geen bonnen en/of facturen als bewijs zijn aangeleverd voor de volgens hun opgelopen materiële schade.

Of de rechtbank in zee gaat met de strafeis van het OM wordt bepaald tijdens de zitting van 15 mei. Tijdens deze zitting doet de meervoudige kamer uitspraak in de zaak tegen Mohammed C.