Lucas van de Meerendonk (31) woont in Lombok en is vanaf maart te zien als de nieuwe presentator van het Jeugdjournaal.

Hoe ben je bij het Jeugdjournaal terecht gekomen?
“Ik heb gestudeerd op de School voor Journalistiek en ik wilde heel graag stagelopen bij het Jeugdjournaal. En dat is gelukt. Ik ben daar blijven hangen en heb daar een paar jaar gewerkt. Ik ben eerst verslaggever in beeld geworden van SchoolTV en daarna van het  Zapp Weekjournaal. Dat vonden ze leuk en ze dachten: we gaan kijken of hij ook presentator kan worden. Toen heb ik een screentest gedaan en zo ben ik erin gerold.”

Toen je op de School voor Journalistiek zat, had je toen gelijk al het idee dat je aan de slag wilde in de televisiewereld?
“Toen ik er zat, moest je eerst zo breed mogelijk oriënteren dus je moest schrijven, internet, radio en televisie en op een gegeven moment koos je een richting. Je werd dus eerst wel zo breed mogelijk opgeleid maar ik wist al wel gelijk dat ik aan de slag wilde bij de televisie.”

Je maakt nu vooral TV voor kinderen, is dat moeilijker dan het gewone journaal presenteren?
“Ik weet niet of het moeilijker is, maar ik denk wel dat het af en toe onderschat wordt hoe lastig het is. Probeer maar eens uit te leggen wat een economische crisis is of een oorlog in Syrië waar heel veel partijen meevechten. Om het goed uit te kunnen leggen moet je helemaal naar de kern toe en dat is best wel pittig. Wij kunnen niet zomaar allemaal moeilijke woorden gebruiken en we moeten er niet vanuit gaan dat elk kind alles snapt. Wij kunnen niet alles laten zien dus we moeten soms heel weloverwogen keuzes maken dus dat is best wel lastig.”

Is het bij het presenteren aan jou om te kijken hoe je alles gaat verwoorden of zit daar een redactie achter?
“Allebei, ik blijf gewoon dingen schrijven dus ik blijf ook gewoon verslagen maken over belangrijke gebeurtenissen in de wereld. Soms ben ik echt puur de presentator dus dan doe ik wat minder. Dan maak ik iets meer de kleinere berichten. Dat is  wel heel leuk aan het Jeugdjournaal, dat je ook wel echt de maker blijft.”

Schrijf je al je presentatieteksten zelf?
“Ik schrijf teksten zelf en soms is een verslaggever op pad geweest als ik presentator ben. Hij of zij weet dan precies waar het over gaat. Dan typt hij of zij eerst een tekst waar ik dan naar kijk. Ik kijk dan of ik dat wel goed uit mijn mond krijg en of alles klopt. Ik kan het dan nog herschrijven naar hoe ik het wil. Maar in eerste instantie schrijven ook gewoon redacteurs en verslaggevers teksten. Die zijn ook gewoon super goed.”

Je hebt de prijs voor beste jeugdreportage gewonnen, blijf je bij het Jeugdjournaal ook reportages maken?
“Ja, dat is ook verslaggeven. Daar ben ik wel heel blij mee omdat je dan het beste van twee werelden hebt. Ik vind verslaggeven en presenteren allebei leuk. Ik ben dus wel blij dat ik ook nog verslaggeving kan doen en dat ik eropuit mag. Ik vind juist die afwisseling fantastisch.”

Op dit moment werk je bij het Zapp weekjournaal, ga je hier mee stoppen als je bij het Jeugdjournaal gaat werken?
“Ja helaas wel. Ik had het graag wel bij elkaar gehouden maar dat gaat gewoon niet. Bij allebei moet je fulltime aan de slag.”

Heb je nog iemand die je graag zou willen interviewen?
“Ja, ik heb nog heel veel mensen  die  ik nog graag wil interviewen. Ik heb al wel een aardig lijstje gehad van mensen die ik al geïnterviewd heb. Maar iemand die ik heel graag zou willen spreken voor kinderen is Christiano Ronaldo. Dus daar hoop ik nog wel een keer op. Het lijkt me ook heel gaaf om voor het Jeugdjournaal Donald Trump te interviewen.”

Hoe bereid je zo’n interview dan voor, voor kinderen zijn natuurlijk andere vragen interessant dan voor volwassenen.
“Voor de kerstvakantie heb ik Mark Rutte geïnterviewd en wat we dan eerst doen is klassen ingaan. Dan vragen we aan de kinderen wat zij graag willen weten. Kinderen vinden het niet interessant om te weten dat het niet goed gaat in de ouderenzorg. Maar wat vinden ze wel interessant? Dan gaat het over dingen als pesten en discriminatie en wat  de minister-president daarvan vindt. Maar ook echte kindervragen zoals: ‘bent u wel eens in de achtbaan geweest?’ of ‘gaat u weleens langs bij de prinsesjes?’ De afwisseling van het serieuze, ik ben bang voor terroristische aanslagen wat vindt u daarvan, tot bent u verliefd, moet je wel maken.”

Maak je die afwisseling dan ook elke keer?
“Het kan natuurlijk niet altijd. Ik ben vorig jaar naar Brussel geweest voor de aanslag daar. Dan ga je niet iets lolligs erin doen maar je probeert wel om ook iets positiefs te vertellen, hoe naar het nieuws ook is. De kinderen moeten nog wel enigszins een goed gevoel hebben. Je moet niet alleen maar angst aanpraten. Ondanks dat je wel het nieuws moet vertellen en geen feiten achterwege moet laten.”

Wat is het moeilijkste waarvan je verslag hebt gedaan?
“Wat veel indruk op me gemaakt heeft is Oekraïne. Ik ben naar Oekraïne geweest toen daar nog volop oorlog was. Ik ben daar naar een kamp geweest met allemaal gevluchte kinderen. Ik sprak een meisje van wie de moeder nog echt in het oorlogsgebied zat en geen idee meer had of ze nog leefde of niet. Ze begon  te huilen en was helemaal overstuur. Dat soort dingen maken wel heel erg indruk op je.”

Zou je dat soort dingen nog een keer willen doen, dus bijvoorbeeld nog een keer naar zo’n gebied?
“Ja, die ambitie blijft altijd. Ik wil gewoon altijd de belangrijke verhalen blijven vertellen die in het nieuws zijn.”

Als je zou mogen kiezen welk programma je nog mag presenteren in de toekomst, welk programma zou je dan kiezen?
“Ik zou wel graag een keer mee willen doen aan Wie is de mol, dat is meer een droom van mij, dus niet zozeer presenteren. Als je me vraagt wat zou je willen presenteren, ja dat klinkt heel cheesy, maar dat is echt het Jeugdjournaal. Beter dan dit wordt het dus eigenlijk niet. Ik heb nu niet echt een ambitie van waar ik daarna heen wil.”